Den 37 Aug 1722.

Jan Gerritsen Vos en Geertje Rutgers Post Ehelieden beijde gezont van lichaam, gaande en staande, haar verstant memoris sinnen ende spraake ten vollen machtig (sij Testatrice met consent haares Ehemans geadsisteert met de Secretans Henveijer haaren gecooren en bij den Ed: Gerichte toegelaatene Momber in deezen) hebben beijde te saamen, ende ieder van haar in het bijzonder haar testament, en laatste en uiterste wille (:waartoe sij verclaarden uijt eijgener beweeginge ende een vrije en onbedwongene wille getreeden en te zijn) gemaakt ende geordineert in maniere als volgt. In den eersten geeven Testateuren aan de Boven en Buijtenkerken alhier ijder eene goudgulden, en aan den nooddruftigen armen deezer stad ijder twee goudguldens tot 28 stuivers het stuk alle eens Waar naar tot haare dispositie tredende, so institueeren Testateuren, uit een matueele conjugaale liefde ende genegenheijt, malcanderen, over en weder, den eenen den anderen, de eerststervende de langst, levende van hen beijden, in alle zijne ofte haare natelatene goederen, so roerende als onroerende, Achen ende crediten, linnen en wullen [wollen] menlilen en huisraad, silver en goud, so gemunt als ongemunt, niet[s] uijtgezondert tot zijne ofte haare eenige en universeele Erfgenaamen omme alle diezelve bij de langstlevende van hen beijden in vollen eijgendomsrecht, euwiglijk en erfelijk geerft geprofiteert ende genoten te worden. Voor behoudens Testators moeder Lubbegje Albers als, meede Testatrices moeder Stijntje Hendriks haare legitime portien haar naar rechten comperende, ende waarinne dezelve tot erfgenamen werden gestelt cracht deezes, idque institationis titule. sonder Argelist

Coram Veene Mz Weteringe

bron en transcriptie akte: R. Prins